Wordt de nieuwsbrief niet goed weergegeven? Bekijk deze dan online.

Reken- en taalconferentie 17 februari 2011

Inleiding

Op 17 februari 2011 heeft het Aansluitingsnetwerk VO-HO een reken- en taalconferentie georganiseerd. Landelijk staat verhoging van reken- en taalvaardigheden in vo en ho hoog op de agenda. Vanaf 2013 gelden landelijke eisen voor R&T-vaardigheden in examenprogramma’s. Het Aansluitingsnetwerk VO-HO Fryslân bespreekt dit punt al geruime tijd in de werkgroep LOB-onderwijs en de stuurgroep. Dat heeft onder andere geresulteerd in deelname aan een SLO-pilot VO – Lerarenopleidingen NHL. De stuurgroep is tot de conclusie gekomen dat een belangrijke stap tot een oplossing voor structurele verbetering van R&T-vaardigheden gelegen is in het verkrijgen van draagvlak voor R&T-beleid binnen zowel vo-scholen als de ho-instellingen. Doel was om te komen tot concrete afspraken voor R&T-beleid met ingang van september 2011.

Jaco Bron (SLO) gaf een presentatie over de doorlopende leerlijnen taal en rekenen en de referentiekaders. Pim Breebaart (voormalig voorzitter cvb Stenden) trad op als voorzitter en discussieleider tijdens een tweetal forumdiscussies. Daarnaast werd een tweetal workshops over reken- en taalvaardigheden gehouden.

Ambitieniveau

Alt

Tijdens de conferentie bleek dat VO en HO te maken hebben met verschillende ambitieniveaus en wettelijke kaders.

Ambitieniveau VO
• Friese leerlingen komen minder ver dan gemiddeld
• Het PO en VO kan daar aan werken
• Hoger uitstroomniveau VO

Wettelijk kader VO
• Referentieniveaus wettelijk vastgelegd
• Eindtoetsing Rekenen
• Slagingseisen Wiskunde, Nederlands en Engels aangescherpt

Ambitieniveau HO
• Kwalitatief hogere uitstroomniveaus
• Hoger doorstroomrendement

Kernvraag VO en HO:
• Hoe wordt dit in uw organisatie concreet gemaakt?

Jaco Bron

Jaco Bron (SLO) gaf een presentatie over aanleiding, opbouw, verankering, toetsing en betekenis van referentiekaders in het taal- en rekenonderwijs. Bij het invoeren van taal- en rekenbeleid op vo- en ho-scholen kan er uitgegaan worden van verschillende ambitieniveaus:

Niveau 1: We doen wat we doen en niet meer
Niveau 2: Onze omgeving hecht belang aan taal en rekenen
Niveau 3: Wij vinden taal en rekenen zelf belangrijk
Niveau 4: Wij willen ons profileren

Bij het maken van beleidskeuzes moet je vaststellen welk ambitieniveau er is. Welke taal- en rekenvisie spreekt jou als school het meest aan? Welke problemen staan deze ambities in de weg en willen of moeten er opgelost worden. Belangrijk is dat er onderscheid gemaakt wordt tussen verschillende leerling-groepen en dat er geformuleerd wordt welke vakken en scholen erbij betrokken worden.

Aanbevelingen

Alt

Algemene aanbevelingen vanuit reken- en taalconferentie:


1. De aanpak van de school is alleen effectief als tijdig, duidelijke en volledig met alle betrokkenen wordt gecommuniceerd. Dus bestuur, directie, docenten en leerlingen / studenten moeten allen op de hoogte zijn van doelen en aanpak van de extra aandacht voor rekenen en taal, en voelen zich verantwoordelijk.
2. Schoolbesturen faciliteren bij het invoeren van taal- en rekenbeleid; richtlijnen en beleid worden geformuleerd op afdelingsniveau.
3. Het geheim van een effectieve aanpak lijkt het voldoende oefenen met leerlingen / studenten. Voorbeelden tonen structurele verbeteringen. Het is dus van belang om daar tijd en middelen voor vrij te maken.
4. Het oefenen van vaardigheden of het leren van kennis in aparte taal- en rekenlessen wordt veel effectiever als parallel toepassingslessen , opdrachten of projecten georganiseerd zijn. De leerling / student moet als het ware worden beloond door te herkennen waarom je iets geleerd hebt.
5. Taal- en rekenbeleid moet stapsgewijs worden ingevoerd.
6. Het lijkt niet succesvol om alleen in de lessen wiskunde / rekenen en Nederlands aandacht aan de verbetering van taal- en rekenvaardigheden te besteden. Een school moet naast de specifieke lessen in alle lessen aan de verhoging van de taal- en rekenvaardigheden werken. De leerling kan ook in de economieles feedback krijgen op zijn rekenvaardigheid en in heel veel andere lessen op zijn taalvaardigheid. Leerlingen / studenten worden gemotiveerd door succeservaringen. Er moet dus in de hele school een focus zijn op de doelstelling om taal- en rekenvaardigheden te verhogen.
7. Het is voor veel niet-taaldocenten wenselijk dat zij geschoold worden in taalbekwaamheid.
8. Het is van belang om de ontwikkeling van de leerlingen en hun succes in het vervolgonderwijs te volgen, te meten en onderling te vergelijken. Wetenschappelijk onderzoek is een onmisbare schakel in de verbetering van het taal- en rekenniveau. En de succesverhalen moeten gedeeld worden tussen alle scholen en hogescholen zodat ieder daarvan kan leren.

Kijk hier voor handige links met betrekking tot taal en rekenen.

Wat verder?

De werkgroep LOB onderwijs van het Aansluitingsnetwerk gaat komende maanden aan de slag met de resultaten van de reken-en taalconferentie van 17 februari. Specifiek wordt aandacht geschonken aan mogelijkheden om effecten van reken- en taalbeleid te meten. Dat kan o.a. vanuit het tevredenheidsonderzoek van de Aansluitingsmonitor vorm krijgen. Op korte termijn wordt bekeken welke mogelijkheden dit instrument kan bieden. Daarover is ook contact gelegd met Jaco Bron van het SLO. De coördinatoren van het Aansluitingsnetwerk zullen in diverse contacten met scholen en met hogescholen de voortgang van reken- en taalbeleid aan de orde stellen. Ook bij de scholennetwerken Fricolore en Pompeblêd staat reken- en taalbeleid op de agenda.
Het Aansluitingsnetwerk heeft voor komend najaar een vervolgconferentie gepland, waar de effecten van reken- en taalbeleid meer in beeld komen. Dan zal ook meer bekend zijn over de resultaten van de verschillende SLO-projecten, waaronder het SLO-project van de lerarenopleiding van de NHL met twee vo-scholen.

Tussenstand Project taal en rekenen (SLO)

Op Simon Vestdijk en Magister Alvinus is al een tijdje op zeer constructieve wijze een werkgroep Taal en Rekenen actief. Een groepje docenten, teamleiders en docenten van de NHL Hogeschool werken samen met het SLO aan een pilot voor een actief taal- en rekenbeleid. In het kader van deze pilot zijn alle havo-4 leerlingen op beide scholen getoetst om te achterhalen op welk referentieniveau deze leerlingen zitten. De leerlingen die niet op 3F zitten, krijgen een periode lang extra taal- en rekenhulp aangeboden. Deze extra hulp wordt onder andere verzorgd door derdejaars studenten Nederlands van de lerarenopleiding die als ‘taaltutor’ taalles geven en een vierdejaarsstudent van de pabo die optreedt als rekentutor. Voor de zomer worden de leerlingen opnieuw getoetst om te beoordelen of de extra taallessen voor niveauverhoging hebben gezorgd. Daarnaast is de werkgroep bezig met het ontwikkelen van een leerlingvolgsysteem waar de taal- en rekenresultaten van de leerlingen beter geregistreerd en gevolgd kunnen worden. De werkgroep werkt stapsgewijs toe naar schooljaar 2013-2014 waarin de referenties officieel zullen zijn verwerkt in de examens voor het vak Nederlands en de verplichte rekentoets een feit zal zijn.